Je typt een prompt, je krijgt een tekst, en hij klopt niet. Te algemeen, te glad, niet jij. Dus schrijf je een langere prompt. Verkeerde kant op. Een betere tekst begint niet met meer instructies, maar met één zin: "stel me eerst vijf vragen voor je begint". Hieronder tien prompts die zo starten, voor de teksten en beslissingen waar je het vaakst mee zit.
Alles wat een tekst goed maakt, zit in jouw hoofd. Waarom die ene klant terugkwam. Wat je nooit meer doet sinds dat ene project. Welke vraag je elke week krijgt. Dat staat nergens online, dus het model weet het niet. Het vult de gaten met wat het overal gelezen heeft, en dat lees je: het klinkt als iedereen.
De oplossing is geen langere prompt. Jij weet op voorhand niet welke details ertoe doen. Het model wel, als je het laat vragen. Een goede interviewer haalt in vijf vragen meer uit je dan jij in een halve pagina instructies opschrijft.
Daarom draaien alle prompts hieronder de volgorde om. Eerst vragen, dan antwoorden, dan pas schrijven. De context komt uit jou, niet uit de prompt.
Hoe je antwoordt, bepaalt alles. Kort en eerlijk. Met een voorbeeld waar het kan: niet "ik werk persoonlijk", wel "ik bel elke klant de dag na de levering". Je mag je antwoorden inspreken, dat gaat sneller en het klinkt meer als jij. En "ik weet het niet" is een geldig antwoord. Beter dan iets verzinnen dat daarna in je tekst terechtkomt.
Meer vragen geeft geen betere tekst, wel kortere antwoorden. Vijf beantwoord je nog met aandacht. Is er meer nodig, dan komt er een tweede ronde na de eerste.
Niet opkuisen, niet formuleren zoals je denkt dat het hoort. Zeg het zoals je het aan een klant aan de telefoon zou zeggen. Dat is de stem die je in je tekst wil.
Een vraag waar je geen antwoord op hebt, is informatie. Het model schrijft daar dan omheen, of zet een [AAN TE VULLEN]. Een gegokt antwoord wordt een gegokte zin in je tekst.
Na je antwoorden vraag je: vat samen wat je nu over me weet. Klopt er iets niet, dan verbeter je het daar. Dat is goedkoper dan een hele tekst herschrijven.
Ook een tekst op jouw antwoorden gebouwd kan een bocht nemen die je niet wil. Jij zet je naam eronder, niet het model.
Kopieer de prompt, vul in wat tussen haakjes staat, en wacht. Het model stelt zijn vragen, jij antwoordt, en pas dan komt er tekst. Begint het toch meteen te schrijven, zeg dan: "stop, eerst de vragen". Eén keer is meestal genoeg.
De klassieker. Een artikel over je vak dat niet klinkt als de tien andere over hetzelfde onderwerp. Dat kan alleen als er iets van jou in zit: een klant, een fout, een mening.
Ik wil een blogartikel schrijven over [ONDERWERP] voor [WIE HET LEEST]. Ik ben [WAT JE DOET]. Schrijf nog niets. Stel me eerst maximaal vijf vragen om eruit te halen wat enkel ik over dit onderwerp weet: een ervaring met een klant, iets wat iedereen fout doet, een mening waar ik voor sta. Wacht op mijn antwoorden. Vat daarna in vijf zinnen samen wat je over mij en het onderwerp geleerd hebt, en vraag of het klopt. Pas dan schrijf je het artikel: ongeveer [AANTAL] woorden, in mijn woorden, zonder opvulling en zonder algemene tips die overal staan.
Een model schrijft standaard het gemiddelde van alles wat het over je onderwerp las. Jouw antwoorden halen het daar weg. Eén echt voorbeeld uit je praktijk is meer waard dan drie alinea's uitleg.
Korte tekst, dus elk woord telt. Het model moet weten wat er echt gebeurd is voor het de eerste zin kan schrijven.
Ik wil een post schrijven voor [LINKEDIN OF INSTAGRAM] over [WAT ER GEBEURD IS OF WAT JE WIL ZEGGEN]. Schrijf nog geen post. Stel me eerst maximaal vijf vragen: wat er precies gebeurde, wat ik toen dacht, wat ik er nu van vind, en wat de lezer eraan heeft. Vraag door als mijn antwoord vaag is. Schrijf daarna drie versies van de post: één die begint met de situatie, één die begint met de les, en één die begint met een vraag aan de lezer. Geen hashtags tenzij ik erom vraag, geen "In de wereld van vandaag", geen emoji's. Mijn toon, mijn woorden.
De pagina waar klanten beslissen. Bijna altijd staat erop wát je doet en bijna nooit wat er daarna gebeurt, wat het kost en voor wie het niet is. Daar vraagt deze prompt naar.
Ik wil de pagina schrijven voor [DIENST OF PRODUCT]. Mijn klant is [WIE]. Hier staat wat er nu op mijn site staat, als er al iets staat: [PLAK OF LAAT LEEG]. Schrijf nog niets. Stel me eerst maximaal vijf vragen over: wat er stap voor stap gebeurt nadat iemand ja zegt, welke twijfel ik het vaakst hoor voor iemand boekt, voor wie dit niet geschikt is, wat ik doe dat klanten achteraf het vaakst vermelden, en wat het kost of hoe de prijs werkt. Vat samen wat je weet en vraag of het klopt. Schrijf dan de pagina: titel, eerste alinea, wat je krijgt, hoe het verloopt, voor wie het is en niet is, prijs of prijsmanier, en een oproep tot actie. Markeer wat ontbreekt met [AAN TE VULLEN]. Verzin geen cijfers en geen getuigenissen.
Die laatste zin blijft erin. Een model dat een aanbodpagina schrijft, wil graag "meer dan 200 tevreden klanten" toevoegen. Als jij dat cijfer niet gegeven hebt, is het verzonnen.
De moeilijkste tekst om zelf te schrijven, en de makkelijkste om te laten interviewen. Over jezelf praten gaat beter als iemand vragen stelt.
Ik moet een [OVER-MIJ-PAGINA / KORTE BIO VAN ONGEVEER X WOORDEN] schrijven. Ik ben [NAAM] en ik doe [WAT]. Interview me eerst. Maximaal vijf vragen, en niet de voorspelbare: niet "wat is je missie". Wel: waarom ik hiermee begonnen ben, wat ik anders doe dan collega's en waarom, welk soort klant ik het liefst help, een moment waarop ik dacht "hiervoor doe ik het", en wat ik niet doe. Vat daarna samen wie ik ben in drie zinnen en vraag of ik me erin herken. Schrijf dan de tekst in de ik-vorm, zonder "gepassioneerd", "op maat" of "uniek". De lezer moet na de eerste alinea weten of ik iets voor hem ben.
Een nieuwsbrief die mensen openen, gaat over één ding dat je deze week bezighield. Het model helpt je dat te vinden.
Ik schrijf een nieuwsbrief voor [WIE JE LEZERS ZIJN]. Deze week wil ik het hebben over [ONDERWERP, OF: IK WEET HET NOG NIET]. Stel me eerst maximaal vijf vragen om te vinden wat ik deze week echt te vertellen heb: wat ik tegenkwam, wat een klant me vroeg, waar ik van mening veranderd ben, wat ik zelf geprobeerd heb. Als ik nog geen onderwerp heb, help me er één kiezen uit mijn antwoorden. Schrijf dan de nieuwsbrief: een onderwerpregel, een opening van maximaal drie zinnen, één verhaal of inzicht, één ding dat de lezer kan proberen, en een korte afsluiting. Mijn toon. Geen "beste lezer", geen inleiding over hoe druk het is geweest.
De meeste offertes beginnen met een tabel. De beste met een alinea die toont dat je het probleem van de klant begrepen hebt. Die alinea schrijf je na dit interview.
Ik maak een offerte voor [KLANT] voor [WAT JE GAAT DOEN]. Ik wil een inleiding van één of twee alinea's die vóór de prijzen komt. Stel me eerst maximaal vijf vragen over het gesprek dat ik met deze klant had: wat zijn echte probleem is, in zijn eigen woorden als ik ze nog weet, waarom hij het nu wil oplossen, waar hij over twijfelde, en wat ik beloofd heb. Schrijf dan de inleiding: eerst wat ik begrepen heb van zijn situatie, dan wat ik voorstel en waarom dat past, dan wat hij de eerste week na het ja-woord mag verwachten. Geen "wij danken u voor het vertrouwen". Schrijf alsof ik het hem aan tafel zou zeggen.
De vraag "wat was zijn probleem in zijn eigen woorden" is de belangrijkste. Als de klant zijn eigen zin terugleest in jouw offerte, weet hij dat je geluisterd hebt. Dat doet meer dan een scherpe prijs.
Hier schrijft het model niets. Het interviewt je tot je zelf ziet wat je al wist. Een klant laten gaan, een medewerker aannemen, een prijs verhogen, een dienst stoppen. Geen advies, wel vragen.
Ik moet een beslissing nemen: [BESCHRIJF ZE IN ÉÉN OF TWEE ZINNEN]. Ik twijfel. Geef me geen advies en geen lijst met voor- en nadelen. Interview me in plaats daarvan, één vraag per keer, maximaal vijf per ronde. Vraag naar wat ik vrees als ik het doe, wat ik vrees als ik het niet doe, wat ik een goede vriend in mijn situatie zou aanraden, welk antwoord ik stiekem hoop dat je geeft, en wat ik over drie maanden zou willen dat ik vandaag gedaan had. Vraag door als ik ontwijk. Als je merkt dat ik het antwoord al ken, zeg dat dan en vat in twee zinnen samen wat je me hoorde zeggen. Niet meer dan dat.
Dit vervangt niemand. Niet je boekhouder, niet je partner, niet een nacht slapen. Het is hardop denken zonder dat iemand je onderbreekt. Voor sommige beslissingen is dat precies wat ontbrak.
Voor een kennismaking, een lastig gesprek over een factuur, of een evaluatie. Je weet meer over die klant dan je beseft.
Ik heb [WANNEER] een gesprek met [KLANT OF SOORT KLANT] over [WAAROVER]. Ik wil me voorbereiden. Stel me eerst maximaal vijf vragen: wat ik al weet over deze persoon en zijn situatie, wat ik uit het gesprek wil halen, wat hij er waarschijnlijk uit wil halen, waar het gevoelig kan worden, en wat ik absoluut niet wil beloven. Maak daarna één pagina: mijn doel in één zin, drie vragen die ik hem zeker stel, de twee bezwaren die ik mag verwachten met per bezwaar hoe ik erop reageer, en de zin waarmee ik het gesprek afrond. Kort genoeg om vijf minuten vooraf te lezen.
Niet de slides, wel de lijn. Wat zegt het publiek achteraf tegen elkaar? Weet je dat, dan schrijven de slides zichzelf.
Ik geef op [WANNEER] een presentatie van [DUUR] voor [PUBLIEK] over [ONDERWERP]. Maak nog geen opbouw. Interview me eerst, maximaal vijf vragen: wat het publiek al weet en denkt over dit onderwerp, wat ik wil dat ze achteraf anders doen, de ene zin die ze moeten onthouden, een verhaal of voorbeeld uit mijn praktijk dat die zin bewijst, en waar ik bang voor ben dat ze zullen afhaken. Vat samen en vraag of het klopt. Maak dan de opbouw: opening (geen voorstelling van mezelf, die komt later), drie delen met per deel de kernboodschap en het voorbeeld, en een slot dat terugkeert naar de opening. Per deel een geschatte tijd. Nog geen slides.
Een plan dat je in januari schrijft en in maart vergeten bent, is geen plan. Dit interview begint bij wat echt gebeurde, en eindigt met minder doelen dan je dacht.
Ik wil een [JAARPLAN / KWARTAALPLAN] maken voor mijn zaak, [WAT JE DOET]. De periode is [WELKE]. Stel me eerst maximaal vijf vragen, één voor één: wat de voorbije periode goed ging en waarom, wat ik elke week deed dat niets opleverde, wat ik uitstel en waarom, wat er moet gebeuren om over [DUUR] tevreden te zijn, en hoeveel uren per week ik hier realistisch aan kan geven buiten mijn klantenwerk. Maak dan een plan op één pagina: maximaal drie doelen, per doel wat ik stop en wat ik start, de eerste concrete stap deze week, en hoe ik over een maand zie of het werkt. Als mijn antwoorden meer dan drie doelen opleveren, zeg dan welke ik moet laten vallen en waarom. Verzin geen omzetcijfers die ik niet gegeven heb.
De eerste versie is zelden de laatste. Maar in plaats van zelf uit te leggen wat er mis is, laat je het model opnieuw vragen stellen. Het ziet zelf waar het heeft moeten gokken. Plak dit in hetzelfde gesprek, na de eerste tekst.
Goed, dit is een eerste versie. Schrijf ze nog niet opnieuw. Lees je eigen tekst na en stel me drie vragen over de plekken waar je hebt moeten gokken, waar je een algemene zin gebruikt hebt omdat je het echte detail niet had, of waar je vermoedt dat ik het anders zou zeggen. Wijs per vraag naar de zin waar het over gaat. Wacht op mijn antwoorden. Herschrijf dan enkel die stukken, en zeg me wat je veranderd hebt.
Het model weet beter dan jij waar het heeft opgevuld. Vraag je het gewoon "maak het beter", dan maakt het de tekst langer. Vraag je het waar het gegokt heeft, dan krijg je de drie zinnen die je zelf had moeten schrijven.
Een fictief voorbeeld. Een schrijnwerker wil een pagina over maatkasten en gebruikt prompt 03. Dit zijn de vijf vragen die het model stelde, en wat hij antwoordde. Ingesproken, dus niet netjes.
1. Wat gebeurt er stap voor stap nadat iemand ja zegt? Ik kom eerst langs, meet alles op, we kiezen samen het materiaal. Dan krijgen ze een tekening. Pas als die goedgekeurd is, begin ik. Plaatsen duurt meestal één dag. 2. Welke twijfel hoor je het vaakst voor iemand boekt? Of het veel duurder is dan een kast van de winkel. En of ze lang moeten wachten. 3. Voor wie is dit niet geschikt? Mensen die volgende week een kast nodig hebben. En wie gewoon de goedkoopste oplossing zoekt, die stuur ik eerlijk naar de winkel. 4. Wat vermelden klanten achteraf het vaakst? Dat alles in één dag stond en dat het proper was. Ik stofzuig zelf voor ik vertrek. Daar komen ze altijd op terug. 5. Hoe werkt de prijs? Weet ik niet goed hoe ik dat uitleg. Hangt af van materiaal en afmetingen. Ik geef altijd een vaste prijs na het opmeten, geen verrassingen achteraf.
Wat de pagina daarna beter maakt dan wat er eerst stond: er komt een stuk "zo verloopt het" met de tekening als tussenstap, want dat neemt de twijfel over wachten weg. De zin "ik stofzuig zelf voor ik vertrek" komt letterlijk op de pagina, omdat klanten er zelf over beginnen. Er staat voor wie het niet is, wat de verkeerde aanvragen filtert. En bij de prijs staat geen bedrag, wel "een vaste prijs na het opmeten, geen verrassingen achteraf". Dat was zijn antwoord op een vraag waar hij dacht dat hij geen antwoord op had.
Geen van die vier dingen had in een prompt gestaan. Ze kwamen eruit omdat iemand ernaar vroeg.
Ja. De prompts bevatten geen functies die aan één tool vastzitten. Het enige wat telt, is dat het model wacht op je antwoorden voor het schrijft. Begint het toch meteen, zeg dan: stop, stel me eerst je vragen. Daarna loopt het goed.
Omdat jij ze moet beantwoorden. Vijf vragen beantwoord je eerlijk en met voorbeelden. Bij tien word je kort en vaag, en dan is de tekst erna ook vaag. Zijn er meer nodig, laat het model dan een tweede ronde doen nadat je de eerste beantwoord hebt.
Liefst zelfs. Je praat zoals je praat met een klant, en dat is precies de toon die je in je tekst wil. Gebruik de microfoonknop in de app, of dicteer in je telefoon en plak de tekst. Spreekfouten zijn geen probleem, het model leest erdoor.
Dan zeg je dat. Bijvoorbeeld: deze vragen zijn te algemeen, vraag me iets wat enkel ik kan weten. Of: vraag 3 is niet relevant, vervang ze. Het model past zich aan. Een slechte eerste vraag is geen reden om de methode te laten vallen.
De eerste versie duurt langer, ja. Maar je bespaart de drie rondes herschrijven die je anders doet omdat de tekst niet klopt. En de antwoorden die je geeft, kan je bewaren en hergebruiken. Na een paar keer heb je een document met wie je bent en wat je doet, en gaat elk volgend interview sneller.
Elke week wat er echt verandert in AI, in klare taal, met een prompt die je meteen kan proberen. Gratis, en je kan altijd weg.
900+ ondernemers lezen mee · uitschrijven kan altijd
In de challenge bouw je in 10 dagen een Claude die je aanbod, je klanten en je manier van schrijven kent. Dan hoef je dezelfde vijf vragen niet elke keer opnieuw te beantwoorden. De volgende groep start op dinsdag 3 november, met maximaal 25 deelnemers.